Bestemmingsplan Emmeloord Centrum 2 binnenkort vastgesteld De gemeenteraad neemt op 7 oktober 2010 een besluit over het bestemmingsplan 'Emmeloord Centrum 2, herziening Centrum'. Dit gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan heeft betrekking op het huidige winkelcentrumgebied van Emmeloord. Hierin wordt geregeld dat bestaande winkelcapaciteit op de verdieping mogelijk blijft. Maar uitbreiding kan alleen door een ontheffing. Het ontwerpbestemmingsplan heeft eind 2009 ter inzage gelegen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 33 zienswijzen ingediend. De indieners van de zienswijzen hebben in februari 2010 hun zienswijzen mondeling kunnen toelichten.
Op 2 maart 2006 heeft de gemeenteraad het Ontwikkelingsplan Emmeloord Centrum vastgesteld. Dit plan is gericht op de realisatie van een eigentijds en modern stadshart in Emmeloord. Het distributieplanologisch onderzoek (DPO), dat is uitgevoerd voor het bestemmingsplan Emmeloord Centrum 1, herziening De Deel, liet zien dat er in het huidige winkelgebied een aanmerkelijk grotere capaciteit aan winkelvloeroppervlak mogelijk is dan nu gebruikt wordt. Dit extra winkelvloeroppervlak zit op de verdieping van de panden in de Lange Nering. Deze planologische winkelcapaciteit is slechts in beperkte mate benut sinds de vaststelling van het Bestemmingsplan Emmeloord 1 in 1981. Slechts enkele winkels maken gebruik van de verdieping, omdat winkelen op de begane grond meer levendigheid geeft.
Om de beoogde opwaardering van Emmeloord Centrum tot Stadshart Emmeloord mogelijk te maken, wil de gemeente vastleggen wat feitelijk het gebruik is. Alles wat nu wel in gebruik is, blijft de winkelbestemming houden. Het gewijzigde bestemmingsplan biedt wel de mogelijkheid om voor detailhandel op de verdiepingen een ontheffing te verlenen. Dan moet de noodzaak hiertoe aangetoond worden. Gebruik als supermarkt is niet toegestaan. Het bestemmingsplan wordt direct na vaststelling op 7 oktober 2010 aangeboden aan Gedeputeerde Staten van Flevoland en aan VROM. Daarna zal het gewijzigd vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage liggen, waarbij de mogelijkheid bestaat om hiertegen beroep in te stellen bij de Raad van State.